Op 26 februari 2019 sloot de Groep van Tien onder leiding van voorzitter Bernard Gilliot een ontwerp van interprofessioneel akkoord. De consultaties bij elk van de werkgevers- en vakbondsorganisaties zal nu starten. Hieronder geven we een kort overzicht van de drie belangrijkste dimensies van het akkoord:

1. Economische dimensie

De maximale marge voor brutoloonsverhogingen wordt vastgelegd op 1,1%. Het is nu aan onze sectoren en ondernemingen om te bepalen in welke mate de lonen effectief kunnen stijgen, met een maximum van 1,1%.

Cruciaal voor bedrijven is dat de competitiviteit van onze ondernemingen dankzij die maximale loonmarge sowieso wordt versterkt. Dat is, ondanks de inspanningen van de voorbije jaren, immers nog altijd nodig. In 2017 lagen de loonkosten per gewerkt uur in België 12,6% hoger dan gemiddeld in onze buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland. Concreet vertaald: in 2017 kostte in de Belgische privésector een arbeidsuur van een werknemer gemiddeld 35,5 euro tegenover gemiddeld 31,5 euro in de drie buurlanden. Het is dan ook een goede zaak dat dankzij dit IPA de absolute loonkostenhandicap tegen 2020 opnieuw met ongeveer één procent zal kunnen dalen.

De Centrale Raad van het Bedrijfsleven (CRB) actualiseerde de berekening van de loonmarge vorige week in functie van meer recente parameters van het Planbureau, de Nationale Bank van België en de Europese Commissie. In dat kader zijn de volgende elementen belangrijk:

  • De herberekening gebeurde op een evenwichtige manier. Ze hield immers niet enkel rekening met de neerwaartse herziening van de inflatievooruitzichten voor België (als gevolg van de gunstige ontwikkeling van de olie- en elektriciteitsprijzen), maar ook met de impact op de loonontwikkeling van de neerwaartse herziening van de groeivooruitzichten in onze buurlanden.
  • De totale kost ligt zelfs iets lager (4,5% t.o.v. 4,6%) als de inflatievooruitzichten bewaarheid worden. Als dat niet zo is, is er nog altijd de veiligheidsmarge voor voorspellingsfouten van 0,5% die binnen twee jaar zal worden geëvalueerd o.b.v. de nieuwe lagere inflatievooruitzichten (3,44% in plaats van 3,81%).
  • De absolute loonkostenhandicap zal verder teruglopen met ongeveer 1 procentpunt.
  • De maximale loonmarge van 1,1% wordt vastgelegd in een interprofessionele cao, die kracht van wet heeft, en dus de nodige rechtszekerheid zal bieden.

De loonnormwet zelf wijzigt niet.

Daarnaast hebben de sociale partners in het kader van een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt beslist om het aantal vrijwillige overuren op te trekken van 100 tot 120 uren per jaar. Die maatregel zal worden vastgelegd in een interprofessionele cao in de Nationale Arbeidsraad. Een maatregel om de inzetbaarheid van de werknemer te verhogen, door een deel van de ontslagvergoeding aan te wenden, wordt uitgewerkt in een interprofessioneel akkoord.

2. Sociale dimensie

Het budget van de welvaartsenveloppe bedraagt in 2019 283,5 miljoen euro. Op jaarbasis en op kruissnelheid spreken we van 644 miljoen euro in 2020. De enveloppe zal maximaal worden ingezet op armoedebestrijding door de kloof tussen de armoedegrens en de minimumuitkeringen te verminderen. De focus ligt daarbij op alleenstaande ouders. Het VBO waakte er ook over dat er geen werkloosheids- of inactiviteitsvallen worden gecreëerd. De incentive om te werken moet altijd groter zijn dan de incentive om niet te werken.

Dit IPA voorziet bovendien in verschillende maatregelen die de koopkracht van werknemers kunnen verhogen zonder de concurrentiepositie van onze ondernemingen in het gedrang te brengen.

In de eerste plaats kunnen, zoals gezegd de brutolonen maximaal 1,1% stijgen bovenop de index. Die loonstijging houdt bovendien geen rekening met de koopkrachtinjectie dankzij de taxshift, die specifiek gericht is op de laagste lonen en de nettolonen met 1 à 1,5% zal doen stijgen.

Ten slotte werd beslist om het minimumloon vanaf 1 juli dit jaar te verhogen met 1,1%. De sociale partners onderzoeken verder op welke fiscaal en parafiscaal gunstige manier – zowel voor de werkgever en als de werknemer – een aanzienlijke verhoging van het minimumloon kan worden gerealiseerd. Daartoe doen zij voorstellen tegen 30 september 2019.

3. Ecologische dimensie

Werkgevers en vakbonden zetten in dit IPA volop in op een ‘modal shift’ door de keuze voor het openbaar vervoer en duurzame vervoersmodi te stimuleren.

Vanaf 1 juli 2019 wordt de tussenkomst van de werkgever in het treinabonnement verhoogd en net 1 jaar later kunnen werknemers die op minder dan 5 km van het werk wonen ook aanspraak maken op een tussenkomst. Voorts bevelen de sociale partners aan om het recent goedgekeurde mobiliteitsbudget te gebruiken en zullen ze zich in een werkgroep beraden over een nieuw systeem voor werknemers zonder bedrijfswagen dat inzet op duurzame mobiliteit en vereenvoudiging van wat nu al bestaat.

Behalve de afspraken gemaakt binnen deze drie dimensies, maken nog tal van andere elementen deel uit van het globaal akkoord:

  • Inzake SWT (het voormalige brugpensioen) beslisten de sociale partners om de leeftijdsvoorwaarden in de verschillende stelsels te verhogen tot 59 jaar waarbij ook telkens het einddoel op 60 jaar wordt bepaald. Voor ondernemingen in moeilijkheden en herstructureringen wordt een tijdpad vastgelegd waarbij de leeftijd gradueel wordt verhoogd van 58 jaar in 2019, over 59 jaar in 2020 tot 60 jaar vanaf 2021.
  • De landingsbanen kunnen voor de uitzonderingsregimes nog voor een periode van twee jaar worden toegekend aan de leeftijdsvoorwaarde van 55 jaar voor de 1/5e landingsbaan en 57 jaar voor de halftijdse landingsbaan.

Conclusie

De ondernemers zijn terecht tevreden dat er uiteindelijk een akkoord is bereikt. Het is een fundamentele pijler voor het stimuleren van enerzijds competitiviteit, groei en werkgelegenheid en anderzijds de sereniteit en sociale rust in de sectoren en bedrijven.

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO: ‘Het is een goede zaak dat de sociale partners erin geslaagd zijn om een akkoord te bereiken. Er zijn immers heel wat internationale factoren die een onmiskenbare impact hebben op de Belgische economische groei, zoals de Brexit, de Italiaanse begroting en de handelspolitiek van Trump. Ondertussen wordt er in ons land enkel op de winkel gepast door een minderheidsregering in lopende zaken, terwijl verkiezingen voor de deur staan en lange formatiegesprekken in het verschiet liggen. In die omstandigheden moeten de sociale partners het hoofd koel houden en akkoorden sluiten. Dit IPA is een faire deal en positief voor de sociaaleconomische stabiliteit in ons land.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here